T 070 - 390 62 60
letselschade, immateriële schade, shockschade

De kantonrechtersformule: terug van weggeweest!

Het is nog maar kort geleden dat de ontslagvergoeding ex artikel 7:685 lid 8 BW (oud), en daarmee ook de kantonrechtersformule, werd vervangen door de transitievergoeding en de billijke vergoeding onder de Wet Werk en Zekerheid. Op 29 januari jl. heeft de kantonrechter Amsterdam een opmerkelijke uitspraak gedaan over de berekening van de billijke vergoeding.

Het uitgangspunt in de Wet Werk en Zekerheid is dat de werknemer bij (onvrijwillige) beëindiging van zijn dienstverband alleen recht heeft op de transitievergoeding. Een billijke vergoeding kan in uitzonderlijke gevallen aan de werknemer worden toegekend, namelijk wanneer sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De berekening van de hoogte van de billijke vergoeding is niet aan nadere normen gebonden en zal aan het oordeel van de rechter worden overgelaten. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat in de billijke vergoeding uitdrukkelijk niet het criterium besloten ligt of het ontslag redelijk is (‘’het gevolgencriterium’’). De gevolgen van het ontslag worden namelijk verdisconteerd in de transitievergoeding. De hoogte van de billijke vergoeding staat – naar haar aard – in relatie tot het ernstig verwijtbare handelen of nalaten van de werkgever.

Op 29 januari 2016 deed de kantonrechter te Amsterdam een opmerkelijke uitspraak over de berekening van de billijke vergoeding. De kantonrechter kwam in haar uitspraak tot het oordeel dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever en kent aan de werknemer een billijke vergoeding toe.

Wat betreft de hoogte van de billijke vergoeding overweegt de kantonrechter dat de in de Parlementaire Geschiedenis genoemde maatstaf, de ernst van het verwijtbaar handelen, onbruikbaar is. De ernst van het gemaakte verwijt is alleen een bruikbare maatstaf als het erom gaat te bepalen welk deel van de ontstane schade als gevolg van verwijtbaar handelen de veroorzaker moet betalen. De omvang van de schade is niet vast te stellen op basis van de mate van de ernst van het verwijtbaar handelen van de werkgever.

Volgens de kantonrechter te Amsterdam is de basis van de billijke vergoeding hierin gelegen dat een werkgever die ernstig verwijtbaar heeft gehandeld ten gevolge waarvan de dienstbetrekking tot een einde is gekomen meer verantwoordelijkheid behoudt voor de inkomenssituatie van de werknemer zoals die zal zijn na het einde van de dienstbetrekking, dan tot uitdrukking komt in de hoogte van de transitievergoeding. Een toe te kennen vergoeding dient daarom rekening te houden met het te missen inkomen door het verlies van de betrekking en een zeker, zij het in de loop der tijd afnemend inkomensniveau dat de werknemer gedurende zekere tijd na het ontslag moet kunnen behouden, waarbij een schatting van de kansen op het vinden van ander werk moet zijn inbegrepen, alsmede een schatting van de uitkeringen die de werknemer kan gaan ontvangen. Daarbij dient acht te worden geslagen op de aan het ontslag ten gronde liggende feiten, de leeftijd van de werknemer en de lengte van het dienstverband. Deze opvatting van de kantonrechter staat haaks op de bedoeling van de wetgever, namelijk dat de gevolgen van het ontslag nou juist niet in de hoogte van de billijke vergoeding worden verdisconteerd.

De kantonrechter concludeert dat in geval een billijke vergoeding aan de orde is in beginsel de maatstaven bruikbaar zijn die zijn ontwikkeld om vergoedingen te berekenen welke voorheen op de voet van artikel 7:685 lid 8 (oud) BW werden toegekend. Hiermee wordt dus gezegd dat de billijke vergoeding berekend moet worden aan de hand van de kantonrechtersformule. In dit geval geldt volgens de kantonrechter wel dat de transitievergoeding is inbegrepen bij de billijke vergoeding.

De tijd zal leren of we de kantonrechtersformule in de toekomst vaker terug gaan zien. Opmerking verdient wel dat deze uitspraak haaks staat op de bedoeling van de wetgever. Het is dan ook nog maar de vraag of deze berekeningswijze van de billijke vergoeding door andere rechters gevold zal worden en ook of deze uitspraak in een procedure bij een hogere rechter stand zal houden.