T 070 - 390 62 60
AantjesZevenberg, cassatie, wettelijk deelgenootschap, eenvoudige gemeenschap, BW art. 1:90 lid 1, Bw art. 3:173, BW art.1:93, huwelijkse voorwaarden, rekening en verantwoording, schadeplichtig, verdeling huwelijksgemeenschap

Voorwaardelijke ontbinding in strijd met WWZ?

De WWZ heeft grote veranderingen gebracht in het ontslagrecht. Het ontslag op staande voet is inhoudelijk niet gewijzigd. Er is wel een aantal wijzigingen doorgevoerd dat betrekking heeft op de procedure omtrent het ontslag op staande voet.

Voorwaardelijke ontbinding

Wanneer een werknemer op staande voet wordt ontslagen, wordt er veelal bezwaar gemaakt tegen dit ontslag. De werknemer start dan een kort gedingprocedure tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling en een procedure tot vernietiging van de opzegging (met eventueel een provisionele vordering tot doorbetaling van loon). Als reactie op deze procedures dient de werkgever veelal een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in. Dit houdt in dat de werkgever de kantonrechter verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden in de situatie dat het gegeven ontslag op staande voet geen stand houdt. Dit ter voorkoming van een oplopende loonvordering (wanneer het ontslag op staande voet ongeldig blijkt te zijn).

Nu het ontslag op staande voet inhoudelijk niet is gewijzigd, lijkt het logisch dat ook de mogelijkheid van voorwaardelijke ontbinding is blijven bestaan. Het is nog maar de vraag of dit het geval is.

De kantonrechter te Maastricht oordeelde recentelijk dat de voorwaardelijke ontbinding in strijd is met de WWZ. Nadat de kantonrechter tot het oordeel kwam dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was gegeven, moest zij beoordelen of de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden dient te worden voor de situatie dat de arbeidsovereenkomst in hoger beroep wordt hersteld of de werknemer een billijke vergoeding wordt toegekend (artikel 7:683 lid 3 BW). Deze vraag werd ontkennend beantwoord.

De kantonrechter overweegt dat toewijzing van dit verzoek het instellen van een rechtsmiddel tegen het oordeel omtrent het ontslag op staande voet illusoir zou maken, terwijl de wetgever in het nieuwe ontslagrecht juist tot uitgangspunt heeft genomen dat alle beslissingen van de kantonrechter in tweede instantie getoetst kunnen worden. Voorts wordt opgemerkt dat de afschaffing van de non-appellabiliteit van de ontbindingsbeschikking de meest verstrekkende mogelijkheid van dit nieuwe uitgangspunt is.

Onzekerheid

Terecht wordt opgemerkt dat dit in de rechtspraktijk tot een mogelijk langdurige onzekere situatie leidt voor zowel werkgever als werknemer.

Heeft u vragen over een ontslag op staande voet en/of de voorwaardelijke ontbinding? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtspecialisten.

Labels: