T 070 - 390 62 60

Berichten met een Label ‘WWZ’

AantjesZevenberg, arbeidsrecht, arbeidsrechtadvocaat, slapend dienstverband, zieke werknemer, transitievergoeding, wetsvoorstel

Wetsvoorstel m.b.t. transitievergoeding zieke werknemer

Eerder dit jaar schreef ik een blog over het slapend dienstverband als oplossing voor de problematiek rondom de langdurig zieke werknemer en het recht op transitievergoeding. Daarnaast schreef ik over het voorstel dat minister Asscher deed tot aanpassing van de wetgeving rondom de transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid.

Inmiddels ligt er een concept wetsvoorstel dat zal leiden tot aanpassing van de regelgeving omtrent de transitievergoeding. Wat gaat het wetsvoorstel veranderen?

Transitievergoeding bij langdurig zieke werknemer

Op dit moment heeft ook de langdurige zieke werknemer, van wie de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte wordt beëindigd, recht op de transitievergoeding. Dit werd als wrang ervaren nu werkgevers al gedurende twee jaar het loon hebben moeten doorbetalen en daarnaast kosten hebben moeten maken voor re-integratie. Dit heeft tot gebruik van het slapend dienstverband geleid en ook in de jurisprudentie werd het slapend dienstverband aanvaard.

Het wetsvoorstel stelt voor werkgevers te compenseren voor de (in beginsel volledige) kosten van de transitievergoeding. Die compensatie zal door het UWV verstrekt worden vanuit het Awf. Daar staat een verhoging van de premie tegenover.

Het wetsvoorstel maakt geen onderscheid naar de aard van het dienstverband dat door de werkgever wordt beëindigd. Dat betekent dat de voorgestelde regeling van toepassing is bij:
  • het niet verlengen van tijdelijke arbeidsovereenkomsten waarbij de werknemer op de einddatum ziek is;
  • arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde of bepaalde tijd die vanwege het niet langer kunnen verrichten van de bedongen arbeid worden opgezegd of ontbonden;
  • het beëindigen met wederzijds goedvinden (en de daarbij overeengekomen vergoeding) van de arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde of bepaalde tijd vanwege het niet langer kunnen verrichten van de bedongen arbeid.
Ten aanzien van de hoogte van de compensatie worden een aantal beperkingen aangebracht:
  • om misbruik te voorkomen zal in de eerste plaats niet meer aan compensatie worden betaald dan de transitievergoeding waar een werknemer recht op zou hebben op het moment dat de loondoorbetalingsplicht eindigt;
  • de compensatie zal niet meer bedragen dan het bedrag gelijk aan het tijdens ziekte van de werknemer betaalde loon;
  • als aan een werkgever een loonsanctie is opgelegd, telt die periode niet mee bij de berekening van de hoogte van de compensatie.
De maatregel zal met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015 worden ingevoerd.

Geen transitievergoeding bij een vervangende cao-regeling bij bedrijfseconomisch ontslag

Voorgesteld wordt om bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen de voorwaarde dat de (gekapitaliseerde) waarde van de bij cao geregelde voorziening niet gelijkwaardig hoeft te zijn aan de transitievergoeding waar een individuele werknemer recht op zou hebben gehad te laten vervallen. Het is dan aan cao-partijen zelf om te bepalen wat de inhoud en omvang van de cao-voorziening zal zijn en door wie een dergelijke voorziening verschuldigd is. Voorts beoogd het wetsvoorstel ook te regelen dat een van de transitievergoeding afwijkende cao-regeling alleen betrekking kan hebben op ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen.

Conclusie

Het wetsvoorstel biedt zowel voor de werkgever als voor de werknemer voordelen. Zo zal het slapend dienstverband niet meer hoeven te worden toegepast, hebben langdurige zieke werknemers recht op een transitievergoeding en komen de kosten daarvan niet meer voor rekening van de werkgever.

De ministerraad heeft er inmiddels mee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Lees verder

AantjesZevenberg, voorwaardelijke ontbinding., ontslag, ontslag op staande voet, Hoge Raad

Asscher doet voorstel tot aanpassing WWZ

Op 21 april 2016 heeft minister Asscher een aantal aanpassingen van de Wet Werk en Zekerheid gepresenteerd. <

Aanpassing ketenbepaling in verband met seizoensarbeid

Ten eerste wordt voorgesteld om de ketenbepaling aan te passen in verband met seizoensarbeid. De aanpassing zal inhouden dat de zogenoemde tussenpoos van ten hoogste zes maanden bij cao kan worden teruggebracht naar ten hoogste drie maanden voor functies waarin de werkzaamheden als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden seizoensgebonden zijn en gedurende ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden verricht. De wijziging wordt meegenomen met het wetsvoorstel tot Regeling van de arbeidsvoorwaarden van gedetacheerde werknemers en zal daarmee op 1 juli 2016 gerealiseerd kunnen zijn.

Geen transitievergoeding bij vervangende cao-regeling

Ten tweede wordt voorgesteld om de regeling op grond waarvan bij cao het recht op transitievergoeding buiten toepassing kan worden verklaard, te wijzigen. De huidige regeling houdt in dat een werknemer geen aanspraak kan maken op een transitievergoeding als in een cao een gelijkwaardige voorziening is opgenomen. Dit vormt een belemmering om bij ontslagen om bedrijfseconomische redenen te komen tot collectieve afspraken die recht doen aan de specifieke situatie van een sector of onderneming of om te komen tot collectieve (sectorale) afspraken over werk naar werk.
De wijziging zal inhouden dat bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen – waar de regeling in haar nieuwe opzet toe beperkt zal worden en waaronder ook ontslag wegens bedrijfsbeëindiging valt – de (gekapitaliseerde) waarde van de bij cao geregelde voorziening niet gelijkwaardig hoeft te zijn aan de transitievergoeding waar een individuele werknemer recht op zou hebben gehad.

Compensatie transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid

Ten slotte is het kabinet van plan te komen tot een regeling op grond waarvan werkgevers worden gecompenseerd voor de kosten van een bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid verschuldigde transitievergoeding. Die compensatie kan plaatsvinden vanuit het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf) waar een verhoging van de (uniforme) premie tegenover zal staan.
Er zal worden bezien of het mogelijk is om voorgestelde wijziging met terugwerkende kracht in te laten gaan.
Voor de laatst genoemde wijzigingen zal worden voorzien in een wetsvoorstel dat naar verwachting op 1 januari 2018 in werking zal kunnen treden.

Lees verder

AantjesZevenberg, cassatie, wettelijk deelgenootschap, eenvoudige gemeenschap, BW art. 1:90 lid 1, Bw art. 3:173, BW art.1:93, huwelijkse voorwaarden, rekening en verantwoording, schadeplichtig, verdeling huwelijksgemeenschap

Voorwaardelijke ontbinding in strijd met WWZ?

De WWZ heeft grote veranderingen gebracht in het ontslagrecht. Het ontslag op staande voet is inhoudelijk niet gewijzigd. Er is wel een aantal wijzigingen doorgevoerd dat betrekking heeft op de procedure omtrent het ontslag op staande voet.

Voorwaardelijke ontbinding

Wanneer een werknemer op staande voet wordt ontslagen, wordt er veelal bezwaar gemaakt tegen dit ontslag. De werknemer start dan een kort gedingprocedure tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling en een procedure tot vernietiging van de opzegging (met eventueel een provisionele vordering tot doorbetaling van loon). Als reactie op deze procedures dient de werkgever veelal een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in. Dit houdt in dat de werkgever de kantonrechter verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden in de situatie dat het gegeven ontslag op staande voet geen stand houdt. Dit ter voorkoming van een oplopende loonvordering (wanneer het ontslag op staande voet ongeldig blijkt te zijn).

Nu het ontslag op staande voet inhoudelijk niet is gewijzigd, lijkt het logisch dat ook de mogelijkheid van voorwaardelijke ontbinding is blijven bestaan. Het is nog maar de vraag of dit het geval is.

De kantonrechter te Maastricht oordeelde recentelijk dat de voorwaardelijke ontbinding in strijd is met de WWZ. Nadat de kantonrechter tot het oordeel kwam dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was gegeven, moest zij beoordelen of de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden dient te worden voor de situatie dat de arbeidsovereenkomst in hoger beroep wordt hersteld of de werknemer een billijke vergoeding wordt toegekend (artikel 7:683 lid 3 BW). Deze vraag werd ontkennend beantwoord.

De kantonrechter overweegt dat toewijzing van dit verzoek het instellen van een rechtsmiddel tegen het oordeel omtrent het ontslag op staande voet illusoir zou maken, terwijl de wetgever in het nieuwe ontslagrecht juist tot uitgangspunt heeft genomen dat alle beslissingen van de kantonrechter in tweede instantie getoetst kunnen worden. Voorts wordt opgemerkt dat de afschaffing van de non-appellabiliteit van de ontbindingsbeschikking de meest verstrekkende mogelijkheid van dit nieuwe uitgangspunt is.

Onzekerheid

Terecht wordt opgemerkt dat dit in de rechtspraktijk tot een mogelijk langdurige onzekere situatie leidt voor zowel werkgever als werknemer.

Heeft u vragen over een ontslag op staande voet en/of de voorwaardelijke ontbinding? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtspecialisten.

Lees verder